Open source

Door mrlammers op woensdag 27 augustus 2014 11:44 - Reacties (25)
CategorieŽn: Maatschappij, Software, Views: 5.049

Open source is overal. Je ziet het iedere dag. In je auto, telefoon, navigatie, NAS, etc. Veel embedded systemen en servers draaien op een variant van Linux. Voor zo ongeveer alle internetprotocollen (welke veelal open zijn) bestaan open source implementaties, denk aan Ethernet drivers, WLAN drivers, TCP/IP stacks, maar ook netwerk applicaties. Zonder open standaarden en bronnen zou het internet niet kunnen bestaan. 80% van bellend Nederland gebruikt Android. Firefox, FileZilla en WordPress genieten grote populariteit. Ik ken bijna niemand die niet af en toe Wikipedia ergens op naslaat. Iedereen heeft weleens gehoord van Apache, FrostWire, Wireshark, VLC, OpenOffice en het ODF formaat. Tor en TrueCrypt zijn de laatste tijd genoeg in de publiciteit geweest. Linux gebruikers kennen allemaal GRUB, KDE, Gnome en applicaties als Wine, GParted, GIMP, VNC, etc. De lijst is oneindig lang. Er bestaan ook open hardware initiatieven zoals Arduino.

Open source lijkt een vlucht te nemen. Een paar jaar geleden hoorde je mensen zeggen: "Open Source? Nou, dat weet ik niet, hoor", en: "Is Open Source wel veilig genoeg?". Vandaag is dat niet langer een issue. De industrie lijkt open source te omarmen. Open source lijkt synoniem met innovatie en er is steeds meer ondersteuning uit diverse windrichtingen. De vraag of er open source in de infrastructuur mag worden opgenomen wordt eigenlijk niet meer gesteld.
Mensen lijken na te denken over veiligheid en de afhankelijkheid die commerciŽle gesloten producten met zich meebrengen. Mensen die zich niet met open source bezighouden, vinden het ook niet erg dat producten open source zijn.
Een veelgehoord geluid is dat open source projecten niet succesvol zouden zijn. Slechts 17% van alle open source projecten is een succes - lees: een commercieel succes. Bijna de helft van de open source projecten sterft een vroege dood, maar levert vaak technologische innovaties, optimalisaties van bestaande technologie, of nieuwe inzichten. De andere helft levert een bruikbaar product. Het is maar hoe je succes meet.

De meeste economen zijn het erover eens dat open source publiek goed is. Het originele werk kost geld, maar de kosten (en vaak ook de baten) van reproductie zijn laag. Het idee van open source is om de kosten te drukken door het verminderen van de beperkingen van auteursrecht. Dit zal leiden tot mťťr producten die op het voorafgaand werk gebouwd zijn en daarmee een groot sociaal en maatschappelijk voordeel opleveren.
Aanhangers van open source zien een lastenverlichting voor de maatschappij en een efficiŽntie voordeel wanneer er gebruikgemaakt wordt van licenties met beperkte rechten (GNU, CC), omdat we dan geen last hebben van een duur auteursrechtensysteem. Daarnaast lijken open source bewegingen transparantie en vrijheid boven inkomsten van auteursrechten te stellen.
Tegenstanders wijzen erop dat dit publieke goed verlies lijdt, en dat er daardoor geen nieuwe producten zullen ontstaan. Dit argument schijnt in het bijzonder op te gaan voor bedrijfsmodellen uit de vorige eeuw. Ondanks dat hier uitgebreid onderzoek naar is gedaan, lijkt het fenomeen terrein te winnen en zijn er blijkbaar andere drijfveren die de levensvatbaarheid van open source producten bepalen.

Nog geen 15 jaar geleden was de algemene opvatting dat je met open source software geen geld kon verdienen, omdat je de bron immers weggaf? Bill Gates zei ooit: "We think of Linux as a competitor in the student and hobbyist market but I really don't think in the commercial market we'll see it in any significant way." Grappig toch, dat Microsoft nu een eigen open source platform heeft en dat de open source boeren nu miljarden verdienen. En laten we ook niet vergeten dat de producten van Google, Facebook, Square, LinkedIn en Twitter hun succes mede te danken hebben aan open source.

Open source initiatieven blijken vaak beter te werken als de ontwikkelaars ook de gebruikers zijn. Zo krijg je producten die naadloos aansluiten bij de functionele behoeften van de community en worden daarom vaak als succesvol beschouwd. We kennen allemaal SourceForge. Daarnaast bestaan er initiatieven als de Apache Software Foundation, IBM DeveloperWorks, Google Developers, Apple Developer en CodePlex. Hier komen ieder jaar honderden nuttige stukken code vandaan die soms ook nog terug te vinden zijn in commerciŽle producten.
Door globalisatie en het internet is het makkelijker om de grote gemeenschappelijke deler te vinden en aan te sluiten bij bestaande initiatieven. Het succes van open source zit blijkbaar niet in onderwerping van de wereld, of uit te groeien tot een miljardenorganisatie, maar technologisch significant bijdragen aan het landschap door innovatie, optimalisatie en standaardisatie en daar het verschil kunnen maken. Maatschappelijk is het ook belangrijker dat er een ecologie bestaat waarin ruimte is voor een veelheid aan producten, die transparant en uitwisselbaar zijn, alleen dan is er ruimte voor innovatie, groei en intellectuele rijkdom.
In tegenstelling tot wat je bij proprietaire software ziet, zie je in de open source wereld regelmatig afgeleiden en afsplitsingen, 'forks' genaamd. En in tegenstelling tot wat je vaak hoort, zijn forks niet slecht; Afsplitsen is een uitdrukking van de vrijheid die vrije software biedt. Naast dat het soms nieuwe inzichten geeft, is het ook een politiek instrument. Soms dwingt het ontwikkelaars bepaalde keuzes te maken, die uiteindelijk zullen leiden tot een beter product. Het zal niet de eerste keer zijn dat door politieke interventie een feature uit een fork de weg terug vindt naar het oorspronkelijke product.

De huidige verschuiving van client/server modellen naar cloud en mobiel zorgt voor nieuwe kansen en andere keuzes. CommerciŽle open source initiatieven zijn druk bezig om open source producten de voor de hand liggende keuze te maken. Belangrijk is dat bij vergelijking met de gesloten concurrent er net zoveel vakjes afgevinkt kunnen worden. Waar de closed source producten volledig op zichzelf zijn aangewezen, genieten open source producten de steun van de community en werken ze vaak samen met tal van andere open source initiatieven. Keuzevrijheid en samenwerking, dat zijn de toverwoorden die de open source scheidt van proprietary.
Maar hoe goed het product ook is, uiteindelijk valt en staat succes toch met marketing. De marketing van de proprietary producent laat je al gauw geloven dat er behalve hun product weinig goeds in de markt te verkrijgen is. Hoe zorg je als organisatie dat je weet welke open source producten er zijn en hoe onderscheid je het kaf van het koren? Daar ligt een schone taak voor de commerciŽle open source boeren en system integrators.

Vechten met de commerciŽle propriŽtaire producenten heeft weinig zin, maar aansluiting zoeken, samenwerken met andere spelers in het veld en kansen pakken - dat zorgt ervoor dat je concurrerend kunt zijn. Openstack, Nebula, Drupal, Automattic, Android, OSSEC, en de Open Security Foundation hebben dat inmiddels bewezen.

Niet alleen de industrie heeft vrede gesloten met open source. Ook consumenten(producten) lijken gretig gebruik te maken van open platforms. Een mooi voorbeeld vind ik Steam. Het online game platform dat afgelopen jaar games voor Linux aan het assortiment heeft toegevoegd. Vandaag telt Steam meer dan 900 titels voor Linux en de SteamBox. Doordat dit steeds meer vaste vorm begint te krijgen, verschijnen er ook steeds meer grote titels. Zo gaan open source en closed source hand in hand.

We leven in een tijdperk van informatie technologie (big data, cloud computing, etc.) dat hťt platform bij uitstek is voor grootschalige samenwerking. Ik hoop dan ook dat de maatschappij de open source principes zal gaan begrijpen en zich zal realiseren wat een kansen er nu voor onze neus liggen. Stel je nou toch eens voor dat het open source model zal doordringen in de geneesmiddelen industrie en productie…

Ik ben in elk geval groot fan van de open source gedachte. Het idee van delen en ťchte samenwerking zal leiden tot innovatie en evolutie tot een ecologie waarin problemen sneller worden opgelost dan ze ontstaan. Dat is de toekomst.